
Nieuwe pensioenregeling voor uitzendkrachten sinds 1 januari 2026
Sinds 1 januari 2026 is de pensioenregeling voor uitzendkrachten in Nederland veranderd. Wat jarenlang bestond uit een basis- en plusregeling onder pensioenfonds StiPP, is nu één uniforme regeling voor iedereen die pensioen opbouwt binnen de uitzendbranche. Deze wijziging is vastgelegd in het transitieplan van StiPP en afspraken tussen de sociale partners (vakbonden en werkgeversorganisaties) en sluit aan op de Wet toekomst pensioenen (Wtp).
In deze blog leggen we uit wat er is veranderd, waarom het gebeurt en wat dit betekent voor jouw organisatie.
Wat is er veranderd sinds 1 januari 2026?
Tot en met 2025 bouwden uitzendkrachten pensioen op via twee regelingen binnen StiPP: de basisregeling en de plusregeling. Die systematiek vervalt. Vanaf 2026 komt er één uniforme pensioenregeling voor alle uitzendkrachten vanaf 18 jaar.
De belangrijkste veranderingen zijn:
1. Eén pensioenregeling voor iedereen
In plaats van twee regelingen krijgen alle uitzendkrachten dezelfde pensioenopbouw vanaf de eerste dag dat zij pensioen opbouwen, zonder onderscheid tussen basis of plus.
2. Nieuwe pensioenpremie en verdeling
De totale premie voor de pensioenregeling wordt 23,4 % van de pensioengrondslag. Van die premie betaalt de werkgever 15,9 %, en de werknemer draagt 7,5 % bij via inhouding op het brutoloon.
3. Gelijke pensioenopbouw
Iedereen vanaf 18 jaar bouwt pensioen op volgens dezelfde premie. Het maakt niet uit hoe oud iemand is of hoe lang iemand al werkt. De opbouw is voor alle uitzendkrachten gelijk.
4. Eenvoudiger en transparanter
De nieuwe regeling is overzichtelijker en beter uitlegbaar, wat de administratieve lasten en communicatie voor werkgevers kan verbeteren.
Waarom deze wijziging?
De verandering komt voort uit een combinatie van het nieuwe pensioenstelsel in Nederland (de Wet toekomst pensioenen) en afspraken tussen sociale partners in de uitzendbranche om pensioenopbouw eerlijker en meer marktconform te maken. De oude manier van pensioenopbouw voldeed minder goed aan deze eisen, vooral omdat uitzendkrachten vaak korte en wisselende opdrachten hebben waardoor pensioenopbouw beperkt bleef.
Wat betekent dit voor jou als werkgever?
Als werkgever heeft deze wijziging praktische én financiële impact:
Veranderingen in tarieven
De hogere pensioenpremie verhoogt de werkgeverslasten voor uitzendbureaus. Die kosten kunnen worden doorberekend in de factor of het uurtarief. Houd hier rekening mee bij begrotingen en contractafspraken.
Vragen vanuit de werkvloer
Uitzendkrachten kunnen vragen stellen over hun pensioen of over veranderingen in tarieven. Basiskennis van de regeling helpt om hier duidelijk en consistent op te reageren.
Inzicht in werkgeverslasten
Meer duidelijkheid over de pensioenregeling draagt bij aan begrip voor aangepaste tarieven en afspraken.
Waar moet je als werkgever rekening mee houden?
De nieuwe pensioenregeling kan invloed hebben op de tarieven voor uitzendkrachten. Door nu al inzicht te hebben in deze wijziging, voorkom je verrassingen in je budget en gesprekken over kosten. Begrip van de pensioenopbouw helpt om tariefverschillen beter te plaatsen.
FAQs
Vanaf wanneer geldt de nieuwe pensioenregeling voor uitzendkrachten?
De nieuwe regeling gaat in op 1 januari 2026, en vanaf dan bouwen alle uitzendkrachten pensioen op onder deze uniforme regeling.
Hoeveel pensioenpremie betaald de werkgever bij uitzendkrachten?
De totale pensioenpremie is 23,4 % van de pensioengrondslag, waarvan de werkgever 15,9 % betaalt.
Bouwt iedere uitzendkracht vanaf dag één pensioen op?
Ja, onder de nieuwe regeling geldt pensioenopbouw voor alle uitzendkrachten vanaf dag één dat zij pensioen opbouwen bij StiPP.
Geldt de nieuwe pensioenregeling voor alle uitzendkrachten?
Ja. Vanaf 1 januari 2026 geldt één regeling voor alle uitzendkrachten die pensioen opbouwen via StiPP en minimaal 18 jaar oud zijn.




